ATMosfeer ATM Moerdijk

Terugblik op ruim 30 jaar bedrijvigheid en toewijding bij Jaartsveld Groen en Milieu

Terugblik op ruim 30 jaar bedrijvigheid en toewijding

Na ruim 30 jaar sluiten de poorten van Jaartsveld Groen en Milieu in Steenbergen, dochteronderneming van ATM. Huidige marktontwikkelingen maken een sluiting onontbeerlijk. Reden temeer om in deze editie uitgebreid terug te blikken op 30 jaar bedrijvigheid en toewijding

Jaartsveld in een notendop

Tot de ATM-groep behoort ook Jaartsveld Groen en Milieu B.V. in Steenbergen. Bulkstoffen zoals grond, RKG-zand (Riool-, Kolken-, Gemalen zand) en veegzand worden door een extractieve reiniging verwerkt. De verwerking van deze afvalstoffen vindt plaats door middel van mineraalscheidingsen flotatietechnieken. Na verwerking resteert een grote schone zandfractie, die geschikt is voor hergebruik, en een kleine vervuilde restfractie. Jaartsveld beschikt tevens over een grondbank waar partijen grond tijdelijk kunnen worden opgeslagen en gekeurd alvorens te worden hergebruikt.

Ontstaan

Jaartsveld Groen en Milieu B.V (JGM) werd opgericht in 1982 en wel op 23 juli, als werkmaatschappij van Jaartsveld Beheer te Silvolde en zusterbedrijf van Jaartsveld Wegenbouw. De bedrijfsomschrijving was als volgt: Het adviseren in-, het aannemen en uitvoeren van-, en het handelen in zaken betreffende groen- en recreatieve voorzieningen, cultuurtechnische werken en milieutechniek. Reeds op 30 december 1978 was Jaartsveld Exploitatie opgericht die het terrein van 16,5 hectare aan de Dinteloordseweg 55 te Steenbergen had verworven. Hierop stonden de bedrijfsgebouwen van de eind jaren '70 gestopte Coöperatieve Vlasfabriek Dinteloord. Samen met Jaartsveld Wegenbouw (JWB) werd een groot gedeelte van die gebouwen gesloopt en begonnen met de aanleg van een opslagterrein. Directeur van zowel JWB als JGM was Jan Huiszoon en in 1985 werd Ruud Lim als bedrijfsleider aangetrokken. JGM begon met personeel en materieel dat werd ingehuurd van JWB, waarna van lieverlee eigen mensen in dienst werden genomen. Eén van de eersten was Hanneke Diepstraten als telefoniste/secretaresse. In 1991 had JGM bijvoorbeeld 18 medewerkers in dienst en in 1994 waren dat er al 24.

Het was die tijd van de affaire Lekkerkerk. Er knapte een waterleidingbuis in het dorpje Lekkerkerk en de grond bleek zwaar vervuild. De huizen moesten leeg en de grond werd metersdiep afgegraven tot onder de huizen toe. Minister Ginjaar wist in korte tijd de Wet Bodemsanering door het parlement te jagen en vroeg grondverzetbedrijven en wegenbouwers met oplossingen te komen.

Coöperatieve Vlasfabriek Dinteloord, voormalig JGM-terrein. Coöperatieve Vlasfabriek Dinteloord, voormalig JGM-terrein.

NVPG

In 1984 richtte een aantal grondreinigers de branchevereniging NVPG (Nederlandse Vereniging van Procesmatige Grondbewerkingsbedrijven) op, waarvan Jan Huiszoon jarenlang voorzitter is geweest. Deze NVPG heeft in 2002 de zogenaamde Gedragsregels opgesteld waaruit later de BRL's (BeoordelingsRichtLijnen) zijn voortgekomen.

Reiniging van vervuild straalgrit én grond

In 1984 werd door JGM begonnen met een haalbaarheidsonderzoek om vervuild straalgrit te reinigen en te recyclen. Door het onderzoeksbureau COT werd in 1985 een inventarisatie gestart wat op 25 maart 1986 resulteerde in het rapport Terugdringen van het storten van vervuild eenmalig straalgrit. Op 7 oktober 1986 gaf het ministerie VROM, dat straalgrit had aangewezen als prioritaire afvalstof, de opdracht om onderzoek te doen naar de reiniging van vervuild straatgrit en werd een begeleidingscommissie ingesteld. Vanaf dat moment moest het gebruikte straalgrit worden ingezameld en was de doelstelling om in 2000 minimaal 80% te recyclen.

Met een door JGM ontwikkelde proefinstallatie werd circa 600 ton vervuild straalgrit gereinigd. Deze installatie was gebaseerd op mineraalscheidings- en flotatietechnieken, procedés uit de mijnbouwindustrie. De resultaten werden gepubliceerd in het rapport Onderzoek inzake reiniging van partijen vervuild straalgrit op praktijkschaal (reeks Afvalstoffen nummer 40).Aan de hand van de Regeling Niet-Reinigbaar Straalgrit kon worden beoordeeld of het straalgrit al of niet te reinigen was. Zo niet, dan verstrekte JGM een Niet-Reinigbaarverklaring en kon het straalgrit naar een stortplaats worden gebracht.

Eind 1986 werd met de nieuwgebouwde reinigingsinstallatie proefgedraaid en het jaar daarop was de installatie operationeel. Vanaf die tijd tot en met 2003 was JGM de enige die verontreinigd smeltslakstraalgrit verwerkt heeft. Bij aanvang zag men het belang al in om middels eigen analyses de reinigingsresultaten te kunnen bepalen en werd er vervolgens een eigen laboratorium ontwikkeld. In 1990 kwam hiervoor Elma Hopmans in dienst die eerst op freelance-basis al een aantal maanden analyses had uitgevoerd.

In 1988 werd de installatie aangepast voor het reinigen van vervuilde grond. In het kort komt het proces erop neer dat de aangeboden grond eerst wordt voorgezeefd in een aantal stappen. Alle grove bestanddelen (grote brokken puin, wortels, bielzen, stukken beton enzovoorts) worden zo verwijderd. Daarna volgt natte zeving waarbij de fijnere bestandsdelen, zoals fijn puin, grind, takjes, plastic, worden afgescheiden. Middels flotatie en opstroming van de grond en waterslurry komt het gereinigde zand vrij. Alle reststromen met de verontreinigingen komen uiteindelijk in de vorm van een zogenaamde filterkoek uit het proces. Deze koek gaat al, naargelang de verontreinigingen, naar ATM voor thermische verwerking of naar Smink om gestort te worden. Een enkele keer komt het bij het reinigen van asbesthoudende grond voor dat de filterkoek geschikt is voor hergebruik. Ook het bodemvreemde materiaal, zoals fijn puin, takken en blad vindt zijn weg naar Moerdijk.

Het reinigen van verontreinigde grond, RKG- en veegzand vindt plaats door middel van mineraal- scheidings- en flotatietechnieken, afkomstig zijn uit de mijnbouwindustrie. Het reinigen van verontreinigde grond, RKG- en veegzand vindt plaats door middel van mineraal- scheidings- en flotatietechnieken, afkomstig zijn uit de mijnbouwindustrie.

Afzet gereinigde materialen

Voor de afzet van het gereinigde straalgrit werd een samenwerking aangegaan met Unigeni BV die hiervoor een opwerkinstallatie bouwde in een loods van JGM. Dit resulteerde in een rapport Oriënterend onderzoek naar hergebruik van gereinigd straalgrit. Deze samenwerking was echter geen succes: Unigeni ging failliet en JGM bleef zitten met een voorraad van circa 70.000 ton gereinigd straalgrit opgeslagen op haar terrein en extern nog eens circa 50.000 ton. Na intensief overleg met VROM werd aan ingenieursbureau Tauw opdracht gegeven voor onderzoek naar het uitlooggedrag van gereinigd straalgrit om na te gaan of het geschikt zou zijn voor filter- of drainagelaag. In maart 1992 verscheen het rapport Toepassingsonderzoek gereinigd straalgrit, waaruit bleek dat gereinigd straalgrit geschikt was voor de beoogde toepassing. Voor de daadwerkelijke toepassing als ontgassingslaag diende het demonstratieproject Kragge I, waarbij zowel VROM, provincie Noord-Brabant, gemeente Bergen op Zoom als JGM nauw betrokken waren. Tussen 1992 en 1995 is er 120.000 ton gereinigd straalgrit naar dit project op de Kragge gebracht en toegepast. Daarna is nog eens 60.000 ton toegepast bij Afvalverwerkingsbedrijf Derde Merwedehaven (AVM) te Dordrecht en circa 80.000 ton in de civiele sector. Na het van kracht worden van de Nota Secundaire Grondstoffen bleek dat voor een groot gedeelte van het (gereinigde) straalgrit een thermische (na-)behandeling noodzakelijk was vanwege het organotingehalte. Daar dit op den duur 80 tot 90% van het verontreinigde straalgrit betrof werd in 2003 besloten om de straalgritreiniging helemaal aan ATM over te dragen.

Grondbank

In 1997 werd de eerste circa 500 ton hergebruiksgrond ingenomen. Deze activiteit groeide uit tot een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering, waarbij er de laatste jaren tussen de 35.000 en 50.000 ton hergebruiksgrond werd afgezet voor nuttige toepassing. Sinds 2012 is deze activiteit vanuit de BRL9335 aan strengere regels onderworpen: de grond dient per kwaliteit, Achtergrondwaarde, kwaliteit Wonen of Industriekwaliteit te worden samengevoegd tot max 100 ton die na inkeuring met alleen grond van dezelfde kwaliteit tot 2000 ton mag worden opgebulkt voor de AP04-keuring.

Martens en Van Oord heeft tot nu toe al het gereinigde zand afgenomen en hergebruikt. Martens en Van Oord heeft tot nu toe al het gereinigde zand afgenomen en hergebruikt.

JGM in groter verband

Oktober 1992 werd JGM overgenomen door Waste Management Nederland (WMN) en kreeg te maken met het milieuzorgsysteem CompassCover waarin alle vergunningsvoorschriften, de benodigde acties en eventuele afwijkingen waren opgenomen. Later werd dit Core. In datzelfde jaar werd het, onder leiding van de september 1990 in dienst gekomen Leunis Riemens, het vernieuwde en uitgebreide laboratorium in gebruik genomen. Men had nu de beschikking over een AAS voor de bepaling van zware metalen na microwave-ontsluiting, HPLC voor de PAK's-analyse, Continuous Flow voor cyanidebepaling en GC-MS voor onder andere minerale olie, pesticiden, aromaten. Dit maakte ook een uitbreiding van de laboratoriumbezetting noodzakelijk met Ruud van Berkel, Antoinette van Schaik en Anjo Verhaart. Ook kon het reinigingsproces worden nagebootst middels flotatie- en opstroomtechnieken, zodat reinigingsrendementen vooraf konden worden bepaald.

In die tijd werden partijen verontreinigde grond op de markt gebracht door de overheid opgerichte Service Centrum Grondreiniging (SCG). De reinigers kregen vooraf monsters en konden dan op basis van het testwerk doorgeven welk reinigingstarief er nodig was. Het SCG kwam daarna ook weer de partijen gereinigd zand bemonsteren, keuren en zorgde via het Centrum Hergebruik Grond (CHG) voor de afzet. Met de komst van het Bouwstoffenbesluit, en later het Besluit Bodemkwaliteit, is dit allemaal veranderd en dient het gereinigd zand via vaste protocollen te worden uitgekeurd.

In 2004 werd er een overeenkomst afgesloten met Martens en Van Oord, die tot nu toe al het gereinigd zand heeft afgenomen. Recentelijk nog bijna 211.000 ton die zijn toegepast bij de aanleg van de nieuwe A4. In april 1994 ging het helemaal mis bij JGM door grote problemen met provincie en hoogheemraadschap. Vervolgens werd de leiding van het bedrijf vanuit WMN vervangen door de interimmanager Willem Koppel en JanJaap Koopman werd bedrijfsleider. Daarnaast werd Jan van Hasselt aangetrokken als procestechnoloog. Met man en macht ging men de problemen te lijf, met als codenaam operatie Turn Around and Start Again en het lukte om het vertrouwen van het bevoegd gezag te herstellen en de reiniging te optimaliseren.

ATM

Na de roerige periode 1994-1995 werd JGM samengevoegd met zusterbedrijf ATM te Moerdijk. Dit hield in dat JGM voortaan onder de directie van ATM viel en Jack Droog ook directeur bij JGM werd. De personeelszaken, financiële administratie, en het complete laboratorium met haar menskracht, apparatuur en inventaris werden in 1996 ondergebracht bij ATM. Dit betekende ook het einde van de procedure om STERlab te worden. JGM maakte vervolgens ook gebruik van ondersteunende diensten van ATM zoals ICT en de (elektro-)technische dienst. Wel bleef JGM een aparte BV en stond afvalstoffentechnisch helemaal los van ATM. In 1996 werd de reinigingsinstallatie ingrijpend aangepast en Sjaak den Ridder als Day Supervisor aangesteld bij JGM. In het jaar daarop vertrokken JanJaap Koopman en Jan van Hasselt, waarna Leunis Riemens de functie van bedrijfsleider ging vervullen. Hierna kreeg de samenwerking met de afdeling Sales van ATM meer vorm en waren Piet Rolloos, Rob van Zundert en Kees de Ridder nauw betrokken bij de acquisitie voor JGM. Ook andere zandachtige materialen zoals RKG-zand (Riool-, Kolken-, Gemalen zand), veegzand, snijzand, filterzand werden vanaf die tijd ingenomen voor reiniging. Uitgebreid is gekeken naar het reinigen van sorteerzeefzand, maar dit gaf grote complicaties in verband met het ontstaan van het zeer giftige waterstofsulfide (H2S). Dit heeft er wel voor gezorgd dat de afvalwaterpersleiding, vanwege de stankproblemen in de riolering van Steenbergen-Oost, kon worden aangesloten op de persleiding West-Brabant.

Reym Ontwatering

In augustus 1995 werd een loods en een gedeelte van het terrein verhuurd aan het zusterbedrijf Reym ten behoeve van hun ontwateringsactiviteiten. Dit was helaas van korte duur want twee jaar later werd deze tak overgedragen aan Indaver Impex te 's-Gravenpolder.

Shanks Group

Het is maart 2000 als de gehele groep Waste Management Nederland, en dus ook JGM, wordt verkocht aan Shanks Group plc.

KLOK Containers

In 2002 werd Klok Containers, tevens onderdeel van de Shanks Group, door JGM benaderd om in de regio Steenbergen bouw- en sloopafval in te zamelen en op de locatie van JGM te verwerken. Een aanvraag wijzigingsvergunning ging de deur uit en na diverse infrastructurele aanpassingen konden portacabins geplaatst en een sorteerinstallatie worden gebouwd. De eerste vracht bouw- en sloopafval werd 1 oktober 2004 aangevoerd. Deze activiteit ontwikkelde zich voorspoedig tot ruim 23.500 ton in 2008. Echter besloot de nieuwe Klok-directie in 2009 hiermee te stoppen: de sorteerinstallatie werd verkocht en de loods kon weer door JGM worden gebruikt.

Weegbrug, HIG en IWS

In 1990 werd een nieuwe weegbrug in gebruik genomen, ter vervanging van de oude weegbrug die nog uit de tijd van de vlasfabriek stamde. Dit was een modernere weegbrug met 'computer' waar Hille Visser (voor de collega's van JGM altijd meneer Visser) de scepter zwaaide. In 1996 ging hij met pensioen ging en werd opgevolgd door Jacco Kamp, die jarenlang de logistieke afhandeling, materiaalbalansen en maandafsluiting in samenwerking met Kees 't Lam voor z'n rekening heeft genomen. Jacco is vervolgens begin 2012 bij ATM gaan werken. De ontvangen gevaarlijke afvalstoffen (WCA) moesten destijds gemeld worden door een doorslag van het formulier Omschrijving Chemische Afvalstoffen in te sturen naar het ministerie VROM. Kortom: een gigantische papierwinkel! In mei 1998 werd het Goederen Informatie Systeem (GIS) van ATM bij JGM geïmplementeerd zodat alle weeggegevens geregistreerd werden en voor verdere bewerking zoals facturatie online beschikbaar waren. Vanuit dit systeem kon elektronisch worden gemeld aan het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA). Later kwam hiervoor Amice als meldingssysteem. Ten tijde van de Klokactiviteiten draaide ook het IWS-systeem voor de registratie van de containers bouw- en sloopafval en het bedrijfsafval.

Laad- en losbruggen op de oever van de Steenbergse Vliet. Laad- en losbruggen op de oever van de Steenbergse Vliet.

Laad- en losbruggen

Om het mogelijk te maken gereinigd zand per schip af te voeren, is in 2005 in samenwerking met Martens en Van Oord een tweetal laad- en losbruggen neergelegd op de oever van de Steenbergse Vliet. Hierdoor werd het mogelijk materiaal aan- en af te voeren per schip. Weliswaar kleine schepen van circa 500 á 600 ton, de zogenaamde Kempenaars, vanwege een drempel en sluis bij De Heen. Dit is echter nooit geworden wat er voorafgaande van verwacht werd; alleen in de periode dat er geen gereinigd materiaal meer werd toegepast in Nederland is er per schip gereinigd zand afgevoerd naar Antwerpen, evenals het gereinigde sorteerzeefzand. Later is er van bepaalde projecten nog wel verontreinigde grond per schip aangevoerd, maar het beperkte tonnage was toch een te groot struikelblok.

Persriool

Door de diverse wijzigingen ontstond in perioden met veel regen een overschot aan terreinwater, afkomstig van de 18.000 m² vloeistofdichte vloeren. Er was onvoldoende opslagcapaciteit voor het terreinwater aanwezig, dat dus per tankauto moest worden afgevoerd. In 1995 werden vervolgens twee vuilwaterbassins van elk 450 m³ gebouwd en, met toestemming van de gemeente Steenbergen en Rijkswaterstaat, een eigen persriool naar het gemeentelijke riool van Steenbergen aangelegd. Hierop werden tevens de beide woonhuizen, het kantoor en laboratorium aangesloten.

De uitbreiding van het Jaartsveld-terrein in 2007. De uitbreiding van het Jaartsveld-terrein in 2007.

Bestemmingsplan

JGM heeft jarenlang indirect een gevecht geleverd met de afdeling RO van de provincie om de uitbreidingsmogelijkheden veilig te stellen. Dit betrof de omzetting van circa negen hectare grond met agrarische bestemming naar industriële bestemming, en daarbij de mogelijkheid om de bestaande gebouwen uit te kunnen breiden. Vooral de KAM-coördinator René Dijkmans heeft zich hier voor ingezet. De gemeente Steenbergen heeft zich altijd loyaal opgesteld totdat men in wanhoop de handdoek in de ring gooide en JGM het zelf moest opknappen. Bij de derde Raad van State (RvS)-zaak werd de provincie 'gedwongen' om haar medewerking te verlenen en trof de staatsraad een voorlopige voorziening. Uiteindelijk heeft dat nog tot diverse aanvullende onderzoeken geleid zoals onderzoek naar flora- en fauna, waterberging en geluid. In april 2007 resulteerde dit eindelijk in de goedkeuring door de provincie van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Dinteloordseweg. Een traject van bijna 13 jaar was teneinde! JGM mocht haar gebouwen uitbreiden met 4.000 m² en het gehele terrein had nu een industriële bestemming.

Landschappelijke inpassing

In het kader van wijziging bestemmingsplan was met de gemeente Steenbergen afgesproken om het bedrijf landschappelijk in te passen. Hiervoor werd in 2001 de zuidelijk gelegen Triangeldijk van Staatsbosbeheer in erfpacht overgenomen, evenals twee hectare bos en circa een hectare natuurterrein. De dijk werd toen al in overleg met (en subsidie van) Brabants Landschap en Hoogheemraadschap West-Brabant beplant met bomen en struiken. Deze proactieve houding heeft later zeker in het voordeel van JGM gewerkt bij de RvSzaken. De eveneens in dat plan opgenomen verlaagde oevers, paaiplaats en grondwal langs de Steenbergse Vliet is nooit verwezenlijkt omdat in 2013 het Waterschap aan de overzijde een ecologisch gebied heeft ingericht.

Vergunningen

In eerste instantie begonnen de activiteiten onder een Hinderwetvergunning. Op 7 januari 1987 werd een WCA-vergunning (Wet Chemische Afvalstoffen) aangevraagd, die middels een beschikking van 28 juni 1989 werd verleend. Op 28 oktober 1987 werd de AWvergunning (AfvalstoffenWet) aangevraagd en middels een beschikking op 22 juni 1993 van kracht. De eerste WVO-vergunning (Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren) is van 23 mei 1992 en werd op 13 mei 1995 vervangen door een nieuwe beschikking. De AW- en WCA-vergunningen werden opgevolgd door de WMvergunning (Wet Milieubeheer), de eerste dateert van 8 februari 1999. Na de nodige meldingen, veranderingsvergunningen en (ambtshalve) wijzigingen kreeg JGM een revisievergunning op 15 september 2009, nadat de RvS een aantal knopen (in het voordeel van JGM) had doorgehakt. Inmiddels is de Omgevingswet in werking getreden en de geldigheidsduur omgezet in onbepaalde tijd. In het kader van de WVO werd op 23 juli 2007 een nieuwe revisievergunning van kracht, gevolgd door een tweetal wijzigingen op verzoek in 2007 en 2010.

Certificering en erkenningen

Door de toegenomen werkzaamheden en de vergunningsvoorschriften ontstond de behoefte om de werkwijzen vast te leggen. Hiervoor werden in 1990 bedrijfsvoorschriften opgesteld en ter goedkeuring voorgelegd aan de provincie. In 1997 werd besloten het zorgsysteem van JGM te certificeren conform ISO14001. In dat kader werd ook het eerste Milieu- en Arbojaarverslag uitgebracht over 1998. In mei 2002 werd de opdracht verstrekt voor het certificatieonderzoek en per 1 januari 2003 was het ISO14001-certificaat een feit. Daarna werd jaarlijks een verslag en jaarplan opgesteld en aan diverse instanties toegestuurd. In de loop der jaren hebben de KAM-coördinatoren Haske Peters, Jacques de Jong, Marco Wever en René Dijkmans hier een grote rol in gespeeld. Ten gevolge van het Besluit Inzamelen Afvalstoffen werd in 2005 een aanvraag ingediend voor de vermelding op de lijst van vervoerders, inzamelaars, handelaars en bemiddelaars. Hierbij zijn de criteria kredietwaardigheid, vakbekwaamheid en betrouwbaarheid beoordeeld, wat resulteerde in het zogenoemde VIHB-nummer NB505213VIHB. In het kader van de Kwalibo-regeling (Besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer) was het noodzakelijk om voor de grondactiviteiten een erkenning te krijgen. Hiervoor was certificering op basis van de BRL SIKB 7500 (grondreiniging) en BRL SIKB 9335 (grondbank) noodzakelijk. Op 24 januari 2007 startte deze procedure met een eerste onderzoek en op 5 juni werden beide certificaten BVG-008/1 en GR-031/1 ontvangen en kon de erkenning bij SenterNovem worden aangevraagd.

Asbest

In 1999 werd JGM regelmatig geconfronteerd met bulkmaterialen verontreinigd met asbestbevattende producten. In de jaren tot 2001 werd in samenwerking met Reym intensief onderzoek verricht naar de mogelijkheid asbesthoudende grond te reinigen en proefreinigingen uitgevoerd. Deze toonden aan dat dit soort grond naast droge zeving ook, en soms alleen maar, middels extractieve reiniging asbestvrij te maken zou zijn. In 2001 heeft dit, na een aanvraag daartoe, geresulteerd in een vergunning voor het extractief reinigen van deze afvalstromen. Daarmee was JGM de eerste in Nederland die asbesthoudende grond kon en mocht reinigen. De expertise die JGM sinds eind 1999 had opgebouwd, was voor het ministerie van VROM reden JGM om advies te vragen bij de totstandkoming van nieuwe wet- en regelgeving aangaande bulkmaterialen verontreinigd met asbestbevattende producten. Dit project werd in maart 2004 afgerond. Asbestreiniging is gebonden aan strenge regels die zijn vastgelegd in een Werkplan. Tijdens de reiniging wordt zowel de lucht als het proceswater met regelmaat op diverse plaatsen gecontroleerd op asbestvezels. In al die jaren zijn er nooit vezels gevonden, noch in de lucht noch in het water.

Grondmarkt

Inmiddels is het SCG allang opgeheven en is de grondmarkt vanwege de overcapaciteit van de (extractieve) reinigers al jarenlang een vechtmarkt geworden. JGM heeft altijd geprobeerd zich hierin te onderscheiden door extra service te bieden, snel te reageren en transparant te zijn. Door de intensieve inkeuring bleek regelmatig dat partijen te reinigen grond toch in aanmerking kwamen voor hergebruik. Hierover werd de klant ingelicht en middels een creditnota deelde deze mee in het financiële voordeel. Vandaar dat bepaalde klanten zoals Gemeentewerken Rotterdam en gemeente Vlissingen waar mogelijk alle grond naar JGM brachten.

Het Jaartsveld-terrein aan de Dinteloordseweg 55 in Steenbergen. Het Jaartsveld-terrein aan de Dinteloordseweg 55 in Steenbergen.

Het besluit om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen heeft dan ook bij veel klanten een gevoel van teleurstelling opgeroepen. Alle bij JGM (parttime) werkende mensen, André Ardon, Teun Breen, Hanneke Diepstraten, John Dingemans, Ad Donkers, Eugenio Dos Santos, Leon Kerstens, Leunis Riemens, Sjaak den Ridder, Marian van Snek, Huseyin Veyisoglu en Leen de Vos gaan verder bij ATM.

Sinds de oprichting tot en met afgelopen jaar heeft Jaartsveld Groen en Milieu waardevol bijgedragen aan een opgeruimde wereld door circa 2,4 miljoen ton afvalstoffen te reinigen en 450.000 ton hergebruiksgrond af te zetten.

Dit artikel is gepubliceerd in editie 14 van relatiemagazine ATMosfeer, uitgifte in februari 2015.